vendredi, novembre 16, 2012

Dooyeweerd: Rationalism's Critical Flaw (8)


Post (1) in this series can be found HERE.
Follow sequence thereafter via "NEWER POST" button (extreme bottom left of each post).

The immanence-standpoint in philosophy.
     The prevailing conception accepts the self-sufficiency of philosophic thought in accomplishing its task, notwithstanding the fact that, for the rest, there exists a great divergence of opinion about the nature, task and methods of philosophy. While regarding this autonomy of reason as the alpha and omega of philosophic insight, many thinkers are sure to concede the necessity of the Archimedean point. DESCARTES in his "cogito" supposed that he had found the only fixed point in the universal methodical scepticism with respect to all reality present in experience. Since this great thinker the necessity of an Archimedean point has generally been recognized by modern philosophy, at least so far as the latter realizes the necessity of critical self-reflection. But modern philosophy will have to rise with might and main against our position, that this Archimedean point cannot be sought in philosophic thought itself. In regard to the Archimedean point of philosophy, it must cling tightly to the immanence standpoint. Consequently it rejects every support that is found in something which transcends the immanent boundaries of theoretic thought, as such. At the utmost it will agree that within the latter the theoretic intuition ("Wesensschau") is the ultimate ground of philosophical certainty.
     Every attack against this immanence-standpoint will mean an attack on the scientific character of philosophy itself. Or — in so far as the very field of philosophic inquiry is considered to be of a supra-scientific character — it will be regarded as an attack on the freedom of philosophic thought.

The immanence-standpoint does not in itself exclude the so-called metaphysical way to that which transcends human thought.
     In itself the acceptance of the immanence-standpoint does not in any way imply the rejection of the so-called metaphysical way to that which transcends human thought. Classical immanence-philosophy was even entirely based upon a metaphysical prima philosophia.

     This metaphysical road to the totality of meaning and the ἀρχή at least in the rationalistic currents, involves the attempt to overstep the boundaries of philosophic thought in the idea of an absolute deified thought. The latter should comprise in itself the fulness of being, it should be the νόησις νοησέως ["knowledge of knowledge"], the "intellectus archetypus" in a purely logical sense.

     In other words, the rationalistic-metaphysical way to an ἀρχή that transcends human thought absolutizes the logical function of thought.

     Deified thought, the νόησις νοησέως ["knowledge of knowledge"] becomes the ἀρχή; human thought in its assumed participation in divine reason, is understood to be the Archimedean point. The totality of meaning is sought in the system of the Ideas immanent in thought.

     The immanence-standpoint, however, does not necessarily imply belief in the self-sufficiency of the logical function of human thought, in contradistinction to the rest of the immanent functions of consciousness.

     The age-old development of immanence-philosophy displays the most divergent nuances. It varies from metaphysical rationalism to modern logical positivism and the irrationalist philosophy of life. It is disclosed also in the form of modern existentialism. The latter has broken with the Cartesian (rationalistic) "cogito" as Archimedean point and has replaced it by existential thought, conceived of in an immanent subjectivistic historical sense (1).
________
(1) We are only referring to the Humanistic philosophy of existence.
__________________________________________________________
Free download of entire "New Critique of Theoretical Thought" 
_________________________ 
Het immanentiestandpunt in de wijsbegeerte.
     De heerschende wijsbegeerte, die de aanvaarding van de zelfgenoegzaamheid van het wijsgeerig denken tegenover alle goddelijke openbaring voor de vervulling van zijn taak als alpha en omega van het wijsgeerig inzicht beschouwt, zal de noodzakelijkheid van het Archimedisch punt wel toegeven. Sinds DESCARTES in zijn ‘cogito ergo sum’ het eenig vaste punt meende te hebben gevonden tegenover de universeele methodische scepsis aan alle in de ervaring zich aanbiedende werkelijkheid, wordt de bedoelde noodzakelijkheid door haar algemeen erkend, voorzoover zij althans de noodzakelijkheid eener critische zelf-bezinning in de wijsbegeerte inziet. Zij zal echter met alle kracht moeten opkomen tegen de hierboven verdedigde stelling, dat dit Archimedisch punt niet in het wijsgeerig denken zelve (al of niet in zijn samenhang met andere bewustzijnsfuncties) kan worden gezocht. Zij moet ten aanzien van het Archimedisch punt der wijsbegeerte aan het immanentiestandpunt vasthouden, dat iederen steun van het denken in iets dat de immanente grenzen der bewustzijnsfuncties als zoodanig transcendeert, afwijst (1).
     Iedere aanslag op dit immanentiestandpunt zal voor haar een aanslag op de wetenschappelijkheid der wijsbegeerte zelve beteekenen.
________
     (1) De transcendentaal-philosophie, welke haar Archimedisch punt in een transcendentaal gevat ‘cogito' zoekt, zal uiteraard weigeren bij de apriorische transcendentale eenheid van het denken nog van een bewustzijnsfunctie te spreken.
     De immanente transcendentale denk-pool is immers volgens haar boven alle bewustzijnsfuncties verheven, daar deze al hare theoretische bepaaldheid eerst aan het transcendentale denken ontleenen.
     Vanuit het Christelijk transcendentie-standpunt bezien, blijft echter ook de immanent apriorische structuur van het denken een functioneele, blijft dus ook het transcendentale denken een bewustzijnsfunctie onzer transcendente zelfheid.
__________

Dit standpunt sluit op zich zelve niet den zgn. metaphysischen weg naar het aan het menschelijk denken transcendente uit.
     Wordt dit immanentie-standpunt aanvaard, dan is daarmede nog volstrekt niet de zgn. metaphysische weg naar het aan het menschelijk denken transcendente afgewezen. De klassieke immanentiephilosophie was zelfs geheel in een metaphysische prima philosophia gefundeerd. Deze metaphysische weg naar de zin-totaliteit en de ἀρχή loopt echter, althans bij de rationalistische stroomingen, noodzakelijk over de poging tot overschrijding van de creatuurlijke grenzen van het wijsgeerig denken in de idee van een absoluut, de zijnsvolheid in zich bevattend, vergoddelijkt denken, de νόησις νοησέως, de intellectus archetypus.
     De rationalistisch-metaphysische weg vanuit het immanentiestandpunt naar een aan het menschelijk denken transcendente ἀρχή is m.a.w. de weg der verabsoluteering van de denkfunctie.
     Het ver-goddelijkte denken, de νόησις νοησέως, wordt de ἀρχή; het menschelijk denken, in zijn ver-ondersteld deel-hebben aan de goddelijke rede, wordt als Archimedisch punt gevat; de zintotaliteit wordt gezocht in het systeem der aan het denken immanente ideeën.
Het immanentie-standpunt impliceert echter niet noodzakelijk het geloof in de zelfgenoegzaamheid van het menschelijk denken tegenover de overige immanente bewustzijnsfuncties.
     Het vertoont veeleer blijkens de eeuwenoude ontwikkeling der immanentiephilosophie de meest uiteenloopende schakeeringen vanaf het metaphysisch rationalisme tot de moderne irrationalistische levensphilosophie. Het openbaart zich ook in de gestalte der moderne zgn. existentie-philosophie, die met het Cartesiaansche (rationalistische) cogito’ als Archimedisch punt heeft gebroken en meent in Dilthey's lijn het vivo ervoor in de plaats te hebben gesteld.
Free download of entire "De Wijsbegeerte der Wetsidee"