mercredi, avril 04, 2018

Herman Dooyeweerd: Excerpts from 'De Wijsbegeerte der Wetsidee' ('The Philosophy of the Law-Idea')(Translation with study notes by J. Glenn Friesen)

_______________________________________
IMPORTANT NOTE 
ON DOOYEWEERD'S USE OF THE TERM 
“RELIGION”
“To the question, what is understood here by religion? I reply: the innate impulse of human selfhood to direct itself toward the true or toward a pretended absolute Origin of all temporal diversity of meaning, which it finds focused concentrically in itself." 
(Herman Dooyeweerd, Prolegomena
New Critique of Theoretical Thought, p57) 
_______________________________________
Herman Dooyeweerd: 
Excerpts from 
'De Wijsbegeerte der Wetsidee'
('The Philosophy of the Law-Idea') 
Translation with study notes by J. Glenn Friesen
"Aanvankelijk sterk onder den invloed eerst van de Neo-Kantiaansche wijsbegeerte, later van Husserl's phaenomenologie, beteekende het groote keerpunt in mijn denken de ontdekking van den religieuzen wortel van het denken zelve, waardoor mij een nieuw licht opging over de doorloopende mislukking van alle, aanvankelijk ook door mijzelf ondernomen, pogingen een innerlijke verbinding tot stand te brengen tusschen het Christelijk geloof en een wijsbegeerte, die geworteld is in het geloof in de zelfgenoegzaamheid der menschelijke rede. 
Ik ging verstaan, welke centrale beteekenis toekomt aan het ‘hart’ dat door de Heilige Schrift telkens weer als de religieuze wortel van heel het menschelijk bestaan wordt in het licht gesteld. 
Vanuit dit centrale Christelijk gezichtspunt bleek mij een omwenteling in het wijsgeerig denken noodzakelijk van zoo radicaal karakter, dat Kant's ‘Copernicusdaad’ daartegenover slechts als een periphere kan worden gequalificeerd. Want hier is niet minder in het geding dan een relativeering van heel den tijdelijken kosmos zoowel in zijn zgn. ‘natuur’-zijden als in zijn zgn. ‘geestelijke’ zijden tegenover den religieuzen wortel der schepping in Christus. Wat beteekent tegenover deze Schriftuurlijke grondgedachte een omwenteling in de beschouwing der werkelijkheid, welke de ‘natuur’-zijden der tijdelijke realiteit relativeert ten opzichte van een theoretische abstractie als Kant's ‘homo noumenon’ of zijn ‘transcendentaal denksubject’? 
In het licht der Schrift bleek de geheele instelling van het wijsgeerig denken, welke dit laatste als zelfgenoegzaam proclameert, een standpunt in den af-val van de ware menschelijke zelfheid, wijl het in wezen het denken aftrekt van de goddelijke openbaring in Christus Jezus. 
De eerste consequentie van het Schriftuurlijk gezichtspunt in zake den wortel van heel de tijdelijke werkelijkheid was een radicale breuk met de wijsgeerige realiteitsbeschouwing, welke in het door mij zoo genoemde immanentie-standpunt wortelt." (Herman Dooyeweerd: Boek I. De wetsidee als grondlegging der wijsbegeerte, Voorwoord, ppVI,VII)
*     *     * 
"At first I was strongly under the influence of neo-Kantian philosophy, and later of Husserl’s phenomenology. The great turning point in my thought was the discovery of the religious root of thought itself. This discovery shed a new light on the continuing failure of all attempts, including my own, to bring an inner connection between Christian belief and a philosophy that is rooted in the belief of the self-sufficiency of human reason. 
I came to understand the central significance that Holy Scripture repeatedly places on the 'heart' as the religious root of all human existence. 
From out of this central Christian viewpoint, it appeared to me that a revolution was necessary in philosophic thought, a revolution of so radical a character, that, compared with it, Kant’s 'Copernican revolution' can only be qualified as a revolution in the periphery. For what is at stake here is no less than a relativizing of the whole temporal cosmos in what we refer to as both its 'natural' sides as well as its 'spiritual' sides, over against the religious root of creation in Christ. In comparison with this basic Scriptural idea [grondgedachte], of what significance is a revolution in a view of reality that relativizes the 'natural' sides of temporal reality with respect to a theoretical abstraction such as Kant’s 'homo noumenon' or his 'transcendental subject of thought?' 
In the light of Scripture, the whole attitude of that kind of philosophic thought that proclaims thought to be self-sufficient, appears to be one that takes its standpoint in a falling away [af-val] from our true human selfhood, since it essentially withdraws human thought from the divine revelation in Jesus Christ. 
The first result of the Scriptural viewpoint in relation to the root of the entire temporal reality was a radical break with the philosophic view of reality rooted in what I have called the 'immanence standpoint.'" from Herman Dooyeweerd, Vol I, The Law-Idea as Foundation for Philosophy, Foreword (1935).
_______________________________
READ FULL ORIGINAL DUTCH TEXT OF
De Wijsbegeerte der Wetsidee
ONLINE HERE
_______________________________
J. Glenn Friesen's TRANSLATED EXCERPTS from 
De Wijsbegeerte der Wetsidee -
(PDF 113 pages)
_______________________________
J. Glenn Friesen's STUDY NOTES for 
De Wijsbegeerte der Wetsidee
(PDF 62 pages)

QUICK PAGE FINDER for Study Notes PDF:
(NOTE #1 = p1; #2 = p2; #3 = p8; #4 = p11; #5 = p11; #6 = p12; #7 = p13; #8 = p14; #9 = p14; #10 = p15; #11 = p16; #12 = p16; #13 = p17; #14 = p17; #15 = p17; #16 = p17; #17 = p19;  #18 = p19; #19 = p20; #20 = p20; #21 = p20; #22 = p21; #23 = p22; #24 = p22; #25 = p23; #26 = p23; #27 = p24; #28 = p24; #29 = p24; #30 = p25; #31 = p27; #32 = p27; #33 = p28; #34 = p29; #35 = p29; #36 = p29; #37 = p30; #38 = p30; #39 = p30; #40 = p31; #41 = p32; #42 = p33; #43 = p33; #44 = p34; #45 = p34; #46 = p35; #47 = p35; #48 = p36; #49 = p36; #50 = p37; #51 = p37; #52 = p37; #53 = p38; #54 = p39; #55 = p39; #56 = p39; #57 = p40;  #58 = p40; #59 = p40; #60 = p40; #61 = p40; #62 = p41;  #63 = p41; #64 = p41; #65 = p41; #66 = p43; #67 = p45; #68 = p46; #69 = p47; #70 = p48;  #71 = p48; #72 = p48; #73 = p49; #74 = p49; #75 = p49; #76 = p50; #77 = p50; #78 = p51; #79 = p51; #80 = p52; #81 = p52; #82 = p53; #83 = p53; #84 = p54; #85 = p54; #86 = p55; ; #87 = p55; #88 = p55; #89 = p55; #90 = p55; #91 = p56; #92 = p56; #93 = p56;  #94 = p57;  #95 = p57; #96 = p57; #97 = p58; #98 = p58; #99 = p59; #100 = p60; #101 = p61.
_______________________________
Visit also Dr J. Glenn Friesen's webpages:

_______________________________
_______________________________
J. Glenn Friesen's
_______________________________
_______________________________